idworx en riemaandrijving

1 september 2014: vanaf modeljaar 2015 zijn enkele modellen af fabriek met riem leverbaar

Vanaf modeljaar 2015 zijn bepaalde idworx-fietsen af fabriek leverbaar met Gates Carbon Drive CDX Centertrack aandrijfriem.

Als u onze eerdere publicaties verder naar beneden op deze pagina hebt gelezen, zult u zich wellicht afvragen, hoe we tot deze schijnbaar veranderde opvatting zijn gekomen. Daarom willen we u graag een toelichting geven.

Aan onze kritische houding ten aanzien van Carbon Drive, met name de eerste uitvoering, die tegenwoordig onder de aanduiding „CDC Mudport“ verkrijgbaar is, heeft zich weinig veranderd. We zijn en blijven overtuigde voorstanders van onze idworx Longlife-kettingaandrijvingen – dat veranderde ook niet door de duurtests met de riemaandrijving, die we ten dele met onze eigen fietsen hebben uitgevoerd.

Als u uw idworx bij elk weer en in elk jaargetijde wilt gebruiken of ook regelmatig over onverharde wegen rijdt, dan adviseren we nog steeds uitdrukkelijk onze beproefde kettingaandrijving met idworx-kettingkast.

Nu is er enerzijds al enige tijd een gemodificeerde uitvoering van de riem, de zogenaamde CDX Centertrack, die de bedrijfszekerheid verhoogt. En anderzijds laat de ervaring van enkele jaren zien, dat voor de gematigde omstandigheden waarin de meeste ook hoogwaardige trekkingbikes worden gereden, de nadelen van het riemsysteem niet in die mate optreden als bij onze tests het geval was.

Maar er is een andere reden waarom we nu ook fietsen met riemaandrijving aanbieden. Een bepaald gedeelte van onze klandizie wil dit graag. En omdat wij zoals elke rijwielproducent fietsen moeten verkopen en niet over fietstechniek willen discussiëren, zijn we graag bereid rekening te houden met de wensen van onze klanten, als we dit kunnen verantwoorden.

Steeds meer fietsers die een nieuwe trekkingbike willen aanschaffen, verwachten dat deze is voorzien van een riemaandrijving omdat deze voordelen biedt. En veel rijwielhandelaren, waaronder ook enkele belangrijke handelspartners van idworx, zijn overtuigd van riemaandrijving. Feitelijk zijn onze twee grootste handelaren zo enthousiast over de riemaandrijving, dat ze intussen bijna elke idworx voorzien van een Gates-riemaandrijving nog voordat ze deze in de winkel zetten.

Met name voor deze handelaren willen we de zaken vereenvoudigen. Daarom hebben we besloten, de riemaandrijving als optie aan te bieden. Hiermee willen we ook helpen voorkomen, dat een handelaar die weinig tot geen ervaring heeft met de montage van de riemaandrijving bij de inbouw achteraf een fout maakt die in het ergste geval tot een ongeluk kan leiden.

Indien u als toekomstig koper van een idworx-fiets een riemaandrijving wenst, kan deze wens van nu af aan makkelijker worden gerealiseerd. Uw handelaar bestelt de gewenste fiets gewoon met riemaandrijving bij ons en krijgt deze zoals altijd rijklaar geleverd. Uiteraard gelden voor de door ons geleverde fietsen met riemaandrijving dezelfde garantievoorwaarden als voor fietsen met kettingaandrijving. Houd wel in de gaten dat de idworx-kettingkast niet compatibel is met de riemaandrijving.

De optie met riem af fabriek heeft wel tot gevolg dat veel potentiële kopers van een idworx nu niet meer weten wat ze moeten kiezen. De bewezen voordelen van de riemaandrijving – onderhoudsarm, geringe slijtage – zijn voor veel trekkingbikers aantrekkelijk, maar zijn er ook redenen om juist voor een idworx-trekkingbike met kettingaandrijving te kiezen?

We willen u helpen bij het maken van een keuze, door u enkele uitsluitingscriteria te geven. Op het internet zult u zeker veel ervaringsberichten kunnen lezen waarbij de riemaandrijving ook onder zwaardere omstandigheden prima werkte. En we willen de geloofwaardigheid van deze berichten ook helemaal niet in twijfel trekken. Maar we hebben gewoon ook onze eigen testervaringen en kennen de verhalen van de bikers die van de riem weer zijn teruggegaan naar de ketting. Omdat we onze verantwoordelijkheid als fabrikant zeer serieus nemen, moeten we onze aanbevelingen baseren op resultaten die we absoluut kunnen vertrouwen. Afzonderlijke ervaringsberichten van avontuurlijke tochten door verre landen die probleemloos met riemaandrijving zijn geslaagd, zijn slechts een deel van het verhaal. Ook bij een auto kan met een beetje geluk en een aangepaste rijstijl met een motor zonder vervanging van de getande riem een half miljoen kilometer worden afgelegd. Maar zou u daarom bij uw auto de voorgeschreven vervanging van de getande riem na elke 120.000 km achterwege willen laten en schade aan de motor willen riskeren?

Daarom volgen hier onze uitsluitingscriteria. Kunt u één (of zelfs meerdere) van onderstaande vragen met ja beantwoorden, dan adviseren wij u uw idworx niet van riemaandrijving te voorzien.

  1. Rijdt u met uw bike ook in de winter op sneeuw of sneeuwblubber?
    Met name situaties bij temperaturen rond 0 °C zijn kritisch, omdat dan van het door strooizout ontdooide wegdek een mengsel van sneeuwblubber en vuil (en granulaat) tegen de fiets opspat en dan vastvriest.
  2. Rijdt u met uw bike ook bij nat weer over onverharde ondergrond, zodat de fiets en de aandrijflijn door de loopwielen met grotere hoeveelheden modder/vuil worden bespat?
  3. Moet u het achterwiel van uw fiets vaak verwijderen en monteren, omdat u bijvoorbeeld de fiets in een relatief kleine auto moet transporteren?
    Anders dan bij de ketting is voor een goede werking van de riem een bepaalde voorspanning vereist, die het monteren en verwijderen van het achterwiel kan bemoeilijken. Bovendien is de riem in uitgebouwde toestand alsmede bij het monteren en verwijderen van het achterwiel gevoelig voor knikken, waardoor de dragende carbonvezels van de riem onzichtbaar beschadigd kunnen worden.
  4. Maakt u met uw fiets avontuurlijke tochten van meerdere weken?
    Met name bij reizen tijdens welke u rekening moet houden met rijwegen van onbekende kwaliteit en u ook niet echt zelf kunt bepalen bij welke weers- en rijwegtoestand u uw fiets gebruikt, weegt volgens ons het risico van een riembreuk resp. een beschadiging van de voorste riemschijf zwaarder dan het voordeel dat u hierbij geen ketting hoeft te smeren. Zeker omdat de verkrijgbaarheid van onderdelen voor de riemaandrijving zelfs in hoogontwikkelde landen nog zeer beperkt is. In gebieden als Zuid-Amerika en grote delen van Azië en Afrika is de situatie nog veel slechter.

27 augustus 2012: idworx trekkingbikeframes zijn voortaan belt-ready

Voor modeljaar 2013 hebben we de frames van onze bestsellers Easy Rohler en Off Rohler geoptimaliseerd. Daarnaast introduceren we met de All Rohler de eerste idworx trekkingbike met schijfremmen. Deze frames zijn uitgevoerd met een deelbaar achterpad aan de kettingzijde van het frame. Door het verwijderen van een schroef kunnen de rechter liggende en staande achtervork ver genoeg uit elkaar gedrukt worden om een tandriem door het frame te voeren. Hiermee zijn deze frames ’belt-ready’.

Betekent dit dat we onze kritsche houding ten aanzien van de riemaandrijving hebben bijgesteld? Absoluut niet, want wat ons betreft is daar geen enkele reden voor. Wij van idworx zijn nog meer dan voorheen overtuigd van de onovertroffenheid van de kettingaandrijving, die we in de afgelopen jaren steeds verder geoptimaliseerd hebben (lees meer daarover hier).

Enkele van onze beste dealers waarschuwden ons echter dat de vraag naar idworx-bikes met riemaandrijving steeds groter wordt. Veel fietsers die zijn overtuigd van de idworx-kwaliteit willen met hun fiets ook de mogelijkheid kopen deze om te bouwen naar riemaandrijving, mocht deze aandrijving zich in de toekomst alsnog bewijzen.

Wilt u zelf ervaren hoe een idworx met riemaandrijving rijdt en overweegt u een ombouw, neem dan contact op met uw idworx-dealer. Het is niet mogelijk een idworx kettingkast in combinatie met riemaandrijving te monteren.

We maken u erop attent dat uzelf respectievelijk uw dealer aansprakelijk zijn voor (gevolgen van) de ombouw naar riemaandrijving van uw idworx-bike. Schade aan de riemaandrijving en door de riemaandrijving veroorzaakte schade vallen niet onder de garantie van Bike Basics.

Klik hier voor de voorwaarden voor het ombouwen van een idworx trekkingbike naar riemaandrijving.

 


11 maart 2010: update van ons statement over de riemaandrijving

De tests en ervaringen van de laatste maanden, en dan niet zo zeer die van ons zelf dan wel die van de vele vroegere voorstanders van de riemaandrijving, tonen het ondubbelzinnig aan: de riemaandrijving zou het werkings- en veiligheidsniveau van een kettingaandrijving onder alle rijomstandigheden eventueel kunnen halen, als deze door een gesloten kast wordt beschermd tegen beschadiging, plakkerig vuil alsmede sneeuw en ijs.

Riemen Faz

FAZ, 10 Juli 2011, PDF-Datei

Want dergelijke riemen zijn nu vaak en goed gedocumenteerd gescheurd, omdat ze - vaak zelfs zonder dat de gebruiker het merkte - door mechanische invloeden werden beschadigd. Ze scheurden resp. werkten niet meer in deze nog steeds voortdurende winter, omdat bij temperaturen rond het vriespunt ijsvorming plaatsvond op de riem en de tandwielen, waardoor de riemspanning steeg tot aan de breukgrens of de riem afliep. Ze scheurden, omdat granulaat of split dat vaak als strooimateriaal wordt gebruikt aan de riem bleef plakken en bij het contact met de tandwielen steeds verder in de structuur van de riem werd gedrukt, totdat de dragende structuur van de riem - de koolstofvezels - werd doorgesneden.

Natuurlijk zijn er gebruikers die deze problemen nog steeds niet hebben gehad en de riem daarom voor het aandrijfmedium houden dat superieur is aan de ketting. Maar tegen de achtergrond van alle bekende probleemgevallen en defecten kan hieruit een tweetal conclusies worden getrokken. Deze gebruikers hebben geluk gehad of waren erg voorzichtig en ze hebben hun fiets niet of nauwelijks onder voornoemde omstandigheden gebruikt (ijs en sneeuw resp. sterke verontreiniging).

Ook is gebleken dat we het bij het juiste eind hadden wat betreft de noodzakelijke framenauwkeurigheid en -stijfheid, en dat we niet het onheil over ons hebben afgeroepen. Want intussen zijn er - zij het meer dan een jaar na de marktintroductie - van zijde van de fabrikant strikte en - zoals door ons niet anders verwacht - uitgebreide richtlijnen en testmethoden voor de framestijfheid en -nauwkeurigheid alsmede een uitgebreide handleiding - in deze handleiding staan ook de weers- resp. gebruiksomstandigheden beschreven waarbij de met een riem uitgeruste fiets niet mag worden gebruikt.

Daarom luidt onze conclusie:

We zullen dit onderwerp in de gaten houden, maar een idworx-fiets met riemaandrijving op basis van deze riem zal er zeker niet komen.

Want als een fiets met deze riem een compleet afgedichte aandrijving nodig heeft om qua betrouwbaarheid enigzins in de buurt van de ketting te komen, wat blijft er dan nog over van de veronderstelde voordelen ten opzichte van een kettingaandrijving met kettingkast? Ook hiermee heeft men geen last van een met olie besmeurde of beschadigde broek en het smeerinterval kan met een geschikt smeermiddel tot minstens 1000 km worden verlengd. Dus moet afhankelijk van het aantal gereden kilometers twee- tot tienmaal per jaar twee tot drie minuten tijd worden gespendeerd aan het oliën van de ketting. Dat is per jaar heel wat minder dan u nodig hebt om de bandenspanning te controleren resp. te corrigeren. En hebt u met het oog op dit "noodzakelijk onderhoud" van de banden al eens overwogen om over te stappen op massieve rubberbanden ...?

En door de riemkast, de voorgeschreven "snubber", een aandrukrol tegen het overspringen van de riem bij hoge belasting en/of te lage voorspanning en het extra gewicht door deelbare, afstelbare uitvalpatten kan van een vermeende gewichtsbesparing van de riemaandrijving ook geen sprake meer zijn.


August 2009: Waarom heeft idworx voor 2010 geen riemaandrijving?

Op dit moment prijst een Amerikaans bedrijf een met carbonvezels versterkte riem aan als beter alternatief voor de alomtegenwoordige ketting. Een aantal fietsfabrikanten heeft hierop ingespeeld en levert fietsen met deze aandrijving. Want kennelijk werkt niets zo stimulerend op de verkoop als een 'revolutionaire' technologie. En dat terwijl gedurende de afgelopen decennia al meerdere malen pogingen zijn gedaan tot een doorbraak te komen met riemaandrijvingen voor de fiets. Maar tot nu toe bleken al deze oplossingen met problemen behept, en zij zijn allemaal weer van de markt verdwenen.

Uiteraard zou het voor ons idworxers geen enkel probleem zijn onze frames voor deze aandrijving aan te passen. Want een klassiek gebouwd, ruitvormig fietsframe moet een liggende of staande achtervork hebben die je kunt openen om de eindloze riem te kunnen monteren. Daarentegen zal het vele malen moeilijker zijn ervoor te zorgen dat een idworx met deze riem even perfect functioneert als u dat van een idworx-fiets terecht verwacht.

Vandaar dat wij in de voorzienbare toekomst - het modeljaar 2010 inbegrepen - en wellicht zelfs nooit fietsen met riemaandrijving zullen leveren.

Want:

  1. Terwijl wij er alles aan willen en zullen doen onze fietsen door permanente innovatie en verbetering steeds verder te optimaliseren, volgen wij in de allereerste plaats het beleid alleen beproefde technologie in onze producten toe te passen en zijn wij door onze jarenlange ervaring volledig immuun tegen technische hypes. Dit pleit naar onze mening tegen de onmiddellijke toepassing van de riemaandrijving, aangezien er nog helemaal geen betrouwbare gegevens ten aanzien van het gebruik gedurende langere tijd zijn.
  2. Daarnaast zijn wij er thans (nog) van overtuigd dat het enige daadwerkelijke voordeel van deze riemaandrijving bij lange na niet opweegt tegen de nadelen ervan. Want op de keper beschouwd blijft van de vermeende voordelen slechts één over die op dit moment is aangetoond.

Reëel voordeel van de riemaandrijving

  • Een riem heeft geen smering nodig.

Belangrijkste nadelen van de riemaandrijving

  • Is gevoelig voor (normaal optredende) mishandeling en onvoldoende controle van de riemspanning.
  • Meer kans op ongelukken doordat de riem eerder kan breken dan een ketting.
  • Bij het vervaardigen van de frames zal het nodig zijn met toleranties te werken die kleiner zijn dan in de serieproductie haalbaar is, of het zal nodig zijn de aanwezige toleranties te compenseren door middel van ingewikkelde correctiemiddelen. Dit maakt de productie van frames veel bewerkelijker en duurder. Bij grotere toleranties zullen anderzijds permanente problemen met de riemaandrijving het gevolg zijn.

Onderstaand willen wij in detail ingaan op de voor- en nadelen om ons standpunt inzichtelijk te maken. Voor de vergelijking van deze twee aandrijvingen (riem versus ketting) zijn trouwens uitsluitend aandrijfsystemen met versnellingsnaven (naafschakeling) geschikt omdat een getande riem zich door zijn ontwerp niet leent voor systemen zoals derailleurschakelingen.

Welke voordelen brengen de voorstanders van riemaandrijvingen in het algemeen naar voren, en welke voordelen noemt met name de fabrikant van de met carbonvezels versterkte riem?

  1. Minder geluid. Bij een vergelijking van het geluidsniveau op bijvoorbeeld een montagestandaard blijkt dat de riemaandrijving duidelijk stiller loopt, zelfs als wij de riem vergelijken met een gesmeerde ketting. Dit verschil is natuurlijk nog duidelijker bij een niet-gesmeerde ketting. Dit is ook bij lage snelheid het geval. Voorwaarde is wel een perfecte uitlijning van de riemaandrijving, maar daarop gaan wij verderop nog in.
    Maar wie kan tijdens het fietsen met een snelheid van, laten we zeggen, 20 kilometer per uur het geluid van een goed gesmeerde ketting uit de andere geluiden 'filteren' die bij een rit met fiets hoorbaar zijn, zoals het zoemen van de banden en vooral het windgeruis, en vindt deze geluiden dan ook nog hinderlijk?
  2. Minder onderhoud. Smeren van de riem hoeft niet of is niet toegestaan. Maar ook al zou de riem zelf nauwelijks slijten, dan blijft het feit dat door slijtage van de tandwielen en de tanden van de riem een spanningsverlies optreedt. Een spaninrichting, van welke aard ook, zal dit automatisch dan wel handmatig moeten opvangen omdat de riem anders niet betrouwbaar loopt.
  3. Geen kans op een vuile broek door de olie op de ketting. Om te voorkomen dat dit bij een kettingaandrijving gebeurt, heeft de fiets een kettingkast nodig. Een dergelijke kettingkast hebben wij speciaal voor onze idworx Trekkingbikes ontwikkeld, die al jaren als optie voor deze fietsen verkrijgbaar is. De kettingkast beschermt niet alleen de broekspijpen tegen olie, maar voorkomt tevens dat deze tussen ketting en kettingwiel terechtkomt en beschadigd raakt. Maar bovendien duurt het veel langer voordat de ketting aan een onderhoudsbeurt toe is, want de kettingkast geeft een goede bescherming tegen vuil en water. Dat betekent niet alleen minder vaak 'olie verversen'; het betekent ook dat de ketting langer meegaat. Wij beschouwen het argument 'bescherming van de broek' dan ook slechts als een 'half voordeel' van de riemaandrijving, waarbij het zonder beschermingskast trouwens net zo goed mogelijk is dat een broekspijp tussen riem en riemschijf klem raakt.
  4. Gewichtsbesparing. De riemaandrijving weegt al naargelang het systeem waarmee wij hem vergelijken (kettingtype, kettingblad, achterste tandwiel) ongeveer 200 gram minder. Bij deze vergelijking hanteren wij de veronderstelling dat de twee tandwielen bestaan uit een aluminiumlegering en dat geen extra spanrollen of iets dergelijks nodig zijn. Uit de tests die idworx en Rohloff tot nu toe hebben uitgevoerd blijkt echter dat voor een fatsoenlijke levensduur in ieder geval de kleine riemschijf op de naaf waarschijnlijk van staal zal moeten zijn, en dat een 'omloop- of spanrol' of een zogenoemde 'snubber' onontbeerlijk is om te voorkomen dat de riem bij een hoge pedaaldruk en een niet perfect afgestelde riemspanning over de tanden van de achterste riemschijf springt. Beide maatregelen zullen leiden tot een significant hoger systeemgewicht van de riemaandrijving zodat uiteindelijk hooguit een marginale gewichtsbesparing zal overblijven.
  5. De fabrikant van de riem voert daarnaast nog de vermeend langere levensduur van de riem ten opzichte van de ketting als voordeel aan. Dit is een argument dat vooral betrekking heeft op het kostenaspect. Voor de levensduur van de riem noemt fabrikant een getal van ongeveer 20.000 kilometer. Maar ten eerste is de riem bij deze aandrijving niet het enige slijtageonderdeel, en ten tweede moet de praktijk nog uitwijzen hoeveel kilometers de riem op de weg (waar hij blootstaat aan vuil, UV-straling, chemicaliën zoals pekel enzovoort) werkelijk kan maken. En wat gebeurt als de riem zijn maximale levensduur heeft bereikt? Moet de fietser er dan op rekenen dat de riem plotseling breekt, of hoe weet de wielrijder dat de riem aan vervanging toe is?
    Wij testen op dit moment met eigen bikes de levensduur van deze riem onder reële condities, met name ook om antwoorden te vinden op het vraagstuk van slijtage. Maar het is nog te vroeg om hieruit resultaten te kunnen afleiden. Als wij een klassieke kettingaandrijving bekijken onder het aspect van de levensduur, dan is de ketting het belangrijkste slijtageonderdeel. Vervang je de ketting zodra deze door de slijtage in de schakels maximaal 1 procent langer is geworden, dan is het geen probleem het achterste kettingwiel op de versnellingsnaaf en het kettingwiel op de trapas met de nieuwe ketting te blijven gebruiken, zo leert de ervaring. Neem je deze methode ter harte, dan halen zowel het voorste als het achterste kettingwiel zeer hoge kilometrages, die bij gebruik van een vuilwerende kettingkast best kunnen oplopen tot meer dan 20.000 kilometer. Hoe lang het duurt voordat de ketting is versleten hangt af van een groot aantal factoren, maar 6000 kilometer is bij voldoende smering beslist haalbaar.
    Wanneer wij de kosten voor de slijtageonderdelen van de aandrijving na een gebruiksduur van 20.000 kilometer vergelijken, dan komt de kettingaandrijving op drie tot maximaal vier kettingen, een kettingblad en mogelijk nog een achterste kettingwiel. Dit levert materiaalkosten op van ongeveer 120 tot 140 euro.
    Bij de riemaandrijving is in dit geval vervanging van de riem en noodzakelijkerwijs van de twee riemschijven aan de orde. Vermoedelijk, maar dat is tot nu toe werkelijk slechts een vermoeden, moet u afhankelijk van de hoeveelheid vuil waaraan de riem tijdens de ritten staat blootgesteld de tot nu toe uit aluminium gemaakte tandwielen al na minder dan 20.000 kilometer vervangen. Denkt u dat u een nieuwe riem en de twee via ingewikkelde procédé's vervaardigde tandwielen voor minder dan 140 euro krijgt?

    Wat blijft na deze kostenvergelijking nog over van het argument van een hogere levensduur?
  6. Samenvatting van de voordelen:

    Wanneer wij alle naar voren gebrachte voordelen afkloppen op hun feitelijke gehalte, dan blijft naar onze mening vooral één voordeel over: dat een riemaandrijving minder onderhoud nodig heeft. In tegenstelling tot een ketting hoef je een riem niet regelmatig te smeren. Alle overige aangehaalde voordelen zijn voor het rijden niet van belang, bijvoorbeeld dat de riem stiller loopt, of zij zijn misleidend, zoals de langere levensduur, omdat de riem op zichzelf beschouwd weliswaar misschien langer meegaat dan een ketting, maar dit niet leidt tot lagere operationele kosten.

    Laten wij nu de nadelen bekijken:

    • Gevoeligheid voor (normaal optredende) mishandeling. Het 'dragende' element van deze riem zijn carbonvezels, die ervoor zorgen dat deze aandrijving inderdaad - ook dit hebben wij al laten onderzoeken door een onafhankelijke instelling - voor het eerst een rendement laat zien dat kan tippen aan dat van een ketting. Nu zijn koolstofvezels, zoals u ongetwijfeld weet, in hun lengterichting wel bestand tegen extreem hoge belastingen; in alle andere richtingen daarentegen is helemaal geen belasting mogelijk of zijn de vezels zelfs uiterst kwetsbaar omdat zij geen enkele vervormingsreserve vertonen. Weliswaar beschermt de kunststofmantel de vezels in deze riem tegen onmiddellijke abrasieve invloeden, maar deze bescherming helpt helemaal niet tegen de inwerking van krachten op de riem die niet in lengterichting ervan werkzaam zijn. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld bij terreinritten een stok tussen de spaken terechtkomt en de spaken deze dan tegen de riem duwen. Een andere, vrij vaak te verwachten mishandeling is het contact van de riem met de vaak zelfs scherpe randen van de pedalen van andere fietsen als hiervan meerdere naast elkaar staan geparkeerd. Ook door onoplettendheid bij montage en demontage van het achterwiel (bijvoorbeeld om een buiten- of binnenband te vervangen) kan het gebeuren dat de riem, onder meer door verdraaien of knikken, zo sterk belast raakt dat binnenin koolstofvezels breken. Van buitenaf is dit in eerste instantie niet te zien. Er is best wat ervaring voor nodig, en uiteraard de nodige tijd, om dergelijke defecten van de riem bij een zorgvuldige inspectie tussen de vingers op te sporen.

      De instructies over de manier waarop u de riem uit de verpakking dient te halen, dient uit te vouwen en te monteren geven al een indruk van de hoge gevoeligheid van dit hi-tech-product voor (onbedoelde) mishandeling.

      De riem kan ook beschadigd raken als de gebruiker deze niet op de juiste spanning houdt. Deze afstelling is echter niet bepaald eenvoudig. Als de spanning ook maar iets te laag is, dan kan de riem, zoals niet alleen bij onze testritten meerdere malen is gebeurd, bij een hoge pedaaldruk over de tanden van de achterste riemschijf springen. Dit is merkbaar aan de harde knal die dit veroorzaakt. In deze situatie treden in de koolstofvezels van de riem heel even hoge piekkrachten op, en als deze overbelasting een aantal keren heeft plaatsgevonden, is volgens de fabrikant vervanging van de riem noodzakelijk.
    • Meer kans op ongelukken doordat de riem eerder kan breken. Bij mountainbikes met een derailleurschakeling was en is ook thans nog een gebroken ketting een van de vaker voorkomende schadegebeurtenissen. Kettingbreuk treedt vooral op als de fietser bij volle belasting en laag toerental over meerdere versnellingen ineens schakelt of als de ketting door een 'chainsuck' (waarbij deze tussen het kettingwiel en de achtervork beklemd raakt) is beschadigd.
      Maar bij fietsen met versnellingsnaven - en daar hebben wij het hier uitsluitend over - kan de ketting alleen maar breken als deze een fabricagefout vertoont of bij de montage niet goed is geklonken. Een ketting die op de juiste manier is vervaardigd en gemonteerd zal bij een fiets met versnellingsnaaf niet breken en bespaart de fietser de uiterst onaangename en soms ook erg gevaarlijke ervaring dat hij plotseling 'in een leeg gat trapt'. Gebeurt dit bijvoorbeeld terwijl de wielrijder met zijn hele gewicht op een pedaal staat, dan gaat hij bijna onvermijdelijk tegen de vlakte.
      Een zoals boven beschreven riem die al voldoende inwendige schade heeft opgelopen kan op elk moment breken zonder dit aan te kondigen en dat zal hij bij voorkeur doen als de aanwezige kracht het grootst is, dus als de fietser op de pedalen staat of een sprint maakt. Niet in de laatste plaats door de abruptheid en het uitblijven van enige waarschuwing bij dit soort valpartijen belandt de fietser hierbij vaak met het hoofd op het wegdek.
      En terwijl je bij een mishandelde, gebrekkig vervaardigde of verkeerd gemonteerde ketting na een valpartij kunt nagaan waar de fout zat, is het bij een gebroken riem vele malen ingewikkelder of zelfs onmogelijk de oorzaak te achterhalen. Dit is ook met het oog op de productaansprakelijkheid een heet hangijzer voor een fietsfabrikant, die bij een schadeclaim de eerste zal zijn op wie de klant verhaal gaat zoeken.
      In de auto-industrie, die anders geen kans onbenut laat op kosten te besparen, heeft het hogere risico van een riembreuk ertoe geleid dat met name fabrikanten als Mercedes-Benz en BMW voor de klepbediening in hun motoren weer uitsluitend duurdere kettingoverbrengingen gebruiken, die even lang meegaan als de motor zelf, terwijl andere merken de door hun toegepaste getande riemen al na 120.000 kilometer moeten laten vervangen om het gevaar van een kapitale motorschade als gevolg van een breuk te beperken.
      Een gebroken fietsketting kun je met een kettingpons en een reserveschakel altijd repareren. Een gescheurde riem daarentegen dient u altijd te vervangen door een nieuwe. Bij een meerdaagse tocht moet u er altijd een meenemen.
    • Bij de serieproductie van fietsen is een bijna onhaalbare precisie vereist. Weliswaar doet een riemfabrikant, voor zover wij weten, tot nu toe zelfs op navraag geen opgave omtrent de vereiste toleranties voor de uitlijning van de achteraszitting ten opzichte van de trapaslagering, die de frameproducents moeten aanhouden voor een optimale werking van de riem. Maar het is heel duidelijk en het blijkt ook uit onze tests dat de twee tandwielen bij een riem die dankzij koolstofvezels geen rek vertoont beide perfect in één vlak moeten draaien. Bij de minste zijdelingse afwijking of een geringe hoekuitlijnfout tussen de draaiassen zal de riem bij een van de tandwielen af willen lopen. Dit kun je weliswaar voorkomen door de riemschijven aan weerszijden van een rand te voorzien, zoals ook het geval is bij de tandwielen voor de deze riem. Maar dit gaat dan gepaard met veel geruis, grote wrijvingsverliezen en sterke, ongelijkmatige slijtage van de riem en de tandwielen. Terwijl het bij zuivere uitlijnfouten - de twee tandwielen draaien parallel aan elkaar, maar niet in hetzelfde vlak - nog mogelijk is deze te compenseren met behulp van opvulringen tussen de crank en de riemschijf dan wel tussen de achterste riemschijf en de naaf (wat voor de serieproductie echter te bewerkelijk is) is een hoekafwijking tussen de achteras en de trapas een probleem dat soms slechts met heel veel moeite valt op te lossen. En dit soort kleine afwijkingen is in de serieproductie, bij de huidige productietechnische stand, bijna onvermijdelijk. Je zult dit als fietser niet graag horen, maar een frame dat in alle opzichten perfect is uitgelijnd, is óf door toeval ontstaan (bij serieproductie) óf het resultaat van nauwgezet, tijdintensief werk van een high-end frameproducent die pietje precies werkt. Wij kennen geen frameproducent (en wij kennen een hele reeks van de beste) die in de serieproductie van fietsen, zelfs in de prijsklasse van een idworx Easy Rohler, zulke precisie kan garanderen die een deze riem nodig heeft.
      U kunt ervan uitgaan dat wij weten, waar wij het over hebben. Wij waren immers de eersten die frames hebben geleverd met een opname voor de Magura FIRM-tech-remmen, en tot op heden zijn er maar heel weinig concurrenten die zich hieraan hebben gewaagd, de meesten zonder succes. En dit terwijl de Magura HS-remmen vooral bij gebruikers van trekkingfietsen nog steeds heel populair zijn en Magura hiervan elk jaar honderdduizenden stuks produceert. Weliswaar in de gewone uitvoering, hoewel de FIRM-tech-versie uitsluitend voordelen biedt. Voor de fietser althans, niet voor de framefabrikant, die de remnokken, omdat het niet mogelijk is deze rem uit te lijnen, met uiterste precisie op de voor- en achtervork moet lassen. Onze frameproducent kan, in tegenstelling tot de meeste andere, de voor de FIRM-tech-remmen vereiste nauwkeurigheid garanderen. Maar de nauwkeurigheid voor deze riem zou alleen haalbaar zijn met een veel grotere productietechnische inspanning waardoor fietsen van idworx veel duurder zouden worden. Die fabrikanten die de riem al toepassen of deze aanprijzen, zijn (meestal) van de problemen op de hoogte en voorzien hun fietsen van padden met uitgebreide afstelmogelijkheden. En de fabrikant van de riem schrijft in de montagehandleiding voor de riem dat het achterwiel na afstelling mogelijk zichtbaar scheef in het achterframe staat, wat de gebruiker met het oog op een optimale uitlijning van het achterwiel ten opzichte van de voorste riemschijf op de koop toe moet nemen.
      Voor sommigen is het misschien van secundair belang dat wij dergelijke verstelbare padden bijzonder lelijk vinden en bovendien onhandig achten bij het spannen van de riem of ketting. Zij zijn bovendien niet te combineren met de FIRM-tech-remmen. Maar wij vinden het volledig inacceptabel als de uitlijning van de loopwielen, die voor het rijgedrag van de fiets immers heel belangrijk is, op het tweede plan komt te staan teneinde de perfecte uitlijning van de twee tandwielen zoveel mogelijk te benaderen.

      Maar zelfs met verstelbare padden, zoals toegepast bij de fietsen van de voorstanders van riemaandrijving, is het niet mogelijk elke afwijking in de onderlinge stand van de achteras en de trapas te compenseren. Dit bleek op indrukwekkende wijze bij de testfietsen die de firma Rohloff heeft ontvangen van een aantal fabrikanten. Bij enkele van deze fietsen was het ondanks verstelbare padden niet mogelijk het achterwiel zodanig uit te lijnen dat de riem geruisloos en rechtuit loopt. En dat terwijl deze testfietsen speciaal zijn gemaakt om de vermeende superioriteit van de riemaandrijving aan te tonen.

      De onderdelen van een kettingaandrijving voor de fiets zijn voor dergelijke uitlijnfouten en hoekafwijkingen in elk geval bijna ongevoelig. Zij hebben noch invloed op het rendement, noch op de betrouwbaarheid. Ook de levensduur lijdt er niet onder, zolang de feitelijke afmetingen van het frame niet al te ver zijn verwijderd van de ideale maatvoering en de afwijkingen in de praktijk beheersbaar zijn. Bij een voldoende nauwkeurige productie door de frameproducent blijkt dan dat de trapas met excentrische bottom bracket, een vinding die bij de introductie van de Easy Rohler voor het eerst bij een Rohloff-fiets is toegepast, al met al de beste oplossing voor het afstellen van de optimale kettingspanning is.
    • Conclusie:

      Als wij kijken naar de kern van de vraag "ketting of riem", dan kunnen wij deze vanuit ons huidig perspectief ook als volgt formuleren:

      'Wilt u een idworx fiets met een beproefde aandrijving met hoge betrouwbaarheid die een zeker onderhoud nodig heeft, dat al naargelang de condities meer of minder vaak nodig is, maar eenvoudig is uit te voeren? Of wilt u uw idworx fiets met een aandrijving die dit onderhoud niet nodig heeft, en bent u bereid hiervoor een grotere kans op schade en ongelukken te accepteren, evenals compromissen ten aanzien van de spoorstabiliteit van uw fiets en diens componenten (remmen)?'

      Door de feedback welke wij over onze fietsen krijgen, denken wij te weten dat verreweg de grote meerheid van de idworxers zo denkt als wij: dat gezien dit alternatief het zich toch loont af en toe de ketting te oliën en zullen ook de kettingaandrijving van onze fietsen verder perfectioneren.

      Uiteindelijk telt natuurlijk vooral wat onze klanten denken.
      Dus schrijf ons uw meningen en ervaringen.